Laatst bijgewerkt 5 december 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum bericht: 1 sep 2010
Bron: Alimentatie.nl

Toegevoegde scheidingsadvocaat krijgt goede beoordeling

Cliënten zijn tevreden over een toegevoegde echtscheidingsadvocaat of mediator. Zij geven een ruime voldoende voor de geleverde diensten. Dit blijkt uit een bericht in de recent gepubliceerde Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2009.

Aan 261 respondenten die een toevoeging hadden gekregen op het gebied van echtscheiding werd in het kader van een onderzoek van de Universiteit Tilburg gevraagd hoe zij hun advocaat of mediator beoordeelden. Uit de resultaten blijkt dat de respondenten de procedure bij de rechtsbijstandverlener op een 7,5 waardeerden. De tevredenheid over de afspraken die zijn vastgelegd in het convenant kwam uit op 7,3. Dit ligt net onder de gemiddelde waardering van rechtshulp bij toevoeging. De respondenten waren het meest te spreken over de kosten van de procedure.

Men kan een beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand doen als het inkomen in het peiljaar, dat is het inkomen van twee jaar voor het huidige jaar, onder het grensbedrag ligt. In 2010 zijn dat dus de inkomensgrenzen van 2008: 24.400 euro voor alleenstaanden en 34.400 euro voor niet-alleenstaanden. Kom je in aanmerking voor rechtsbijstand, dan betaal je meestal afhankelijk van je inkomen ook een eigen bijdrage. Hoe lager je inkomen is, hoe lager ook de eigen bijdrage is.

 

Terug naar boven



 

 

 

 

 

 

 

 

Kabinet bevordert gebruik mediation

Ministerie van Justitie
Persbericht ministerraad
25 juni 2010

 KABINET BEVORDERT GEBRUIK MEDIATION

Er komt meer steun voor mediation in burgerlijke en handelszaken binnen de Europese Unie. De verwachting is dat de Nederlandse burger en het bedrijfsleven zullen profiteren omdat straks in alle lidstaten duidelijke voorwaarden gelden. De ministerraad heeft op voorstel van minister Hirsch Ballin van Justitie ingestemd met een wetsvoorstel waarmee een Europese mediationrichtlijn wordt omgezet in Nederlands recht.

 Door de vertrouwelijkheid van mediation te beschermen en te garanderen dat er geen gevaar is dat partijen na afloop van een mislukte mediation niet meer naar een rechter kunnen stappen, worden belemmeringen in de praktijk zoveel mogelijk weggenomen. Daarnaast zal volgens het wetsvoorstel de mogelijkheid voor de rechter om naar mediation te verwijzen, het gebruik van mediation ondersteunen. Dat geldt ook voor de manier waarop het resultaat van de mediation kan worden vastgelegd en uitgevoerd. 

Hoewel de richtlijn voor Nederland niet leidt tot ingrijpende beleidswijzigingen, zijn enkele aanpassingen noodzakelijk. Zo ziet de richtlijn bescherming van de vertrouwelijkheid van mediation als een belangrijke voorwaarde om het gebruik van mediation te bevorderen. Daarom kan een mediator niet worden verplicht in een gerechtelijke of arbitrale procedure te getuigen over informatie die voortvloeit of verband houdt met de mediation, behalve als de openbare orde in het geding is of openbaarmaking van de inhoud van de afspraken nodig is voor de uitvoering van de overeenkomst. Overigens zijn partijen vrij om de mediator wel toe te staan om te getuigen. Verder zorgt het wetsvoorstel ervoor dat rechtsvorderingen tijdens de mediation niet verjaren.

Het voorstel past in het kabinetsbeleid om geschillenbeslechting zonder langdurige rechterlijke procedures te stimuleren. In de afgelopen tien jaar is het belang van mediation voor de praktijk van geschiloplossing toegenomen. Het kabinet heeft daaraan bijgedragen door onder meer de financiering van het project ‘mediation naast rechtspraak’, de invoering van een mediationtoevoeging en subsidieverlening aan het Nederlands Mediation Instituut. Dit heeft geleid tot een groei in het aantal mediations per jaar. Vanuit het Juridisch Loket namen in de periode 2006-2008 de verwijzingen toe van 1.412 naar 2.419. Ook de gerechten lieten een stijging zien: 2.133 verwijzingen in 2006 tegenover 2.708 in 2008.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. 

RVD, 25.06.2010
Categorieën: Overig
Bron: Ministerraad, Ministerie van Justitie

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Stentor

Berkelland gaat er helemaal voor: bemiddeling in plaats van rechtszaak

 

vrijdag 10 september 2010 | 07:09

BORCULO - De resultaten zijn tot nu toe wisselend. In Neede werd de verhuizing van een mechanisatiebedrijf aan de Haaksbergseweg alsnog geregeld.

Maar mediation om het verzet te breken tegen de uitbreiding van tbs-kliniek Oldenkotte draaide in Rekken uit op een sof. Slechts met één buur kon een regeling worden getroffen.

Toch blijven B en W geloven in de kracht van bemiddeling. Daarom heeft het college besloten zich aan te sluiten bij de Vereniging GemeenteMediation. Voor 250 euro per jaar kunnen zo ervaringen worden uitgewisseld. Daarnaast wordt meegedaan aan een regionale poule van mediators, zodat er af en toe een bemiddelaar van buiten kan worden ingezet.

Volgens B en W kunnen rechtszaken namelijk worden voorkomen door op tijd en goed met de burgers te overleggen. Een goed gesprek voorkomt misverstanden en communicatiestoringen. Dat heet met een deftig woord premediation. Uit ervaringen in andere gemeentes blijkt dat het aantal bezwaarschriften terugloopt. En als het toch uit de hand dreigt te lopen, wordt een (onafhankelijke) bemiddelaar ingezet. Soms op last van de rechter. Mediation heet dat.

Afgelopen jaar hebben vijftien ambtenaren een premedetiontraining gehad. Dit jaar gaat opnieuw een groep. Daarbij wordt hen geleerd bewust te zijn van hun gedrag en hoe dat op burgers kan overkomen. Daarnaast heeft een student een afstudeeropdracht gedaan om te kijken onder welke omstandigheden mediation bij de gemeente kan worden ingezet. Er moet nog worden bekeken hoe de conclusies kunnen worden toegepast. Maar al wel duidelijk is dat een mediation zeker niet te lang moet duren en dat het verstandig is om de kosten te delen

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 


overheid

Persbericht van de Overheid maandag 15 november 2010.

STEUN IN DE RUG VOOR MEDIATON

 

Er komt meer ruimte voor mediation in burgerlijke en handelszaken binnen de Europese Unie. De verwachting is dat de Nederlandse burger en het bedrijfsleven zullen profiteren omdat straks in alle lidstaten duidelijke voorwaarden gelden. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat vandaag door minster Opstelten van Veiligheid en Justitie bij de Tweede Kamer is ingediend en waarmee een Europese mediationrichtlijn wordt omgezet in Nederlands recht.

Hoewel de richtlijn voor Nederland niet leidt tot ingrijpende beleidswijzigingen, zijn enkele aanpassingen noodzakelijk. Zo ziet de richtlijn bescherming van de vertrouwelijkheid van mediation als een belangrijke voorwaarde om het gebruik van mediation te bevorderen. Straks kan een mediator niet worden verplicht in een gerechtelijke of arbitrale procedure te getuigen over informatie die voortvloeit of verband houdt met de mediation, behalve als de openbare orde in het geding is of openbaarmaking van de inhoud van de afspraken nodig is voor de uitvoering van de overeenkomst. Overigens zijn partijen vrij om de mediator wel toe te staan om te getuigen. Verder zorgt het wetsvoorstel ervoor dat rechtsvorderingen tijdens de mediation niet verjaren.

In de afgelopen tien jaar is mediation voor de praktijk van geschiloplossing steeds belangrijker geworden. Vanuit het Juridisch Loket namen in de periode 2006-2008 de verwijzingen toe van 1412 naar 2419. Ook de gerechten lieten een stijging zien: 2.133 verwijzingen in 2006 tegenover 3.708 in 2008.

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

di 14 dec 2010, 06:00
De vijf grootste misverstanden over alimentatie
door mr. Margreet van Gelderen (Family Advocaten Utrecht)
Vrijwel iedereen die te maken krijgt met een echtscheiding wordt ook geconfronteerd met partner- of kinderalimentatie. Ondanks dat er ruim 30.000 echtscheidingen per jaar worden uitgesproken, bestaan er over alimentatie veel misverstanden. De vijf grootste misverstanden op een rij.


1FOTO: CORBIS
1. ‘Ik heb voor onbepaalde tijd recht op partneralimentatie.’
Nee, de duur van partneralimentatie is eigenlijk altijd beperkt. De hoofdregel luidt dat er gedurende twaalf jaar alimentatie betaald moet worden, te rekenen vanaf het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Maar als er sprake is van een kinderloos huwelijk dat vijf jaar of korter geduurd heeft, dan is de duur van de partneralimentatie beperkt tot de duur van het huwelijk.
2. ‘Kinderalimentatie moet betaald worden tot het kind of de kinderen 18 jaar zijn.’
De basisregel luidt inderdaad dat er kinderalimentatie betaald moet worden voor de kosten en opvoeding van minderjarige kinderen. Maar de wet kent ook een zogenoemde verlengde onderhoudsplicht. Dit betekent dat kinderen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar ook recht hebben op alimentatie voor het geval ze nog niet in staat zijn om in hun eigen onderhoud te voorzien.
3. ‘Als de alimentatie niet meer betaald wordt, kan ik een deurwaarder inschakelen.’
Het inschakelen van een deurwaarder is een mogelijkheid als de alimentatie door een rechter is vastgesteld. Maar in dat geval is het vaak goedkoper om gebruik te maken van de diensten van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Als de alimentatie niet door een rechter is vastgesteld, maar bijvoorbeeld tussen beide ex-partners is overeengekomen in een echtscheidingsconvenant, dan zal er door de alimentatiegerechtigde via een advocaat een verzoek bij de rechter moeten worden ingediend om de alimentatie alsnog vast te laten leggen in een rechterlijke uitspraak.
4. ‘Als mijn ex-vrouw een nieuwe relatie aangaat, mag ik de alimentatie stoppen.’
Volgens de wet eindigt de partneralimentatie automatisch als de alimentatiegerechtigde opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of met iemand gaat samenleven ‘als waren zij gehuwd’. Deze laatste situatie wordt veel minder snel aangenomen dan vaak gedacht wordt. Het moet dan gaan om een samenleving die in feite alle kenmerken heeft van een huwelijk zoals het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Een LAT-relatie zal in het algemeen dus niet voldoende zijn om de alimentatie te kunnen stoppen.
5. ‘De hoogte van de alimentatie kan exact berekend worden.’
Bij elke alimentatieberekening draait het om twee begrippen: behoefte (hoeveel alimentatie is er idealiter nodig) en draagkracht (hoeveel alimentatie kan de alimentatieplichtige betalen). De meeste juridische professionals beschikken over uitgebreide softwareprogramma’s waarmee de hoogte van alimentatie berekend kan worden. Toch blijft de uitkomst tot op zekere hoogte discutabel. De software is namelijk altijd afhankelijk van de ingevoerde inkomensgegevens en opgevoerde lasten. Om snel een indicatie te krijgen van de hoogte van de partner- of kinderalimentatie kunt u gebruik maken van deze rekentool.

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerst de emoties, dan de kinderen en de afrekening

Door Machteld van Hulten − 17/02/11, 00:00 Volkskrant

Met opgeruimde toon somt advocate/mediator Petra Slingenberg-Beishuizen (zelf 'gelukkig getrouwd, drie kinderen') de grootste struikelblokken in veel huwelijken op: communicatie (lees: het gebrek eraan), aandacht (in de zin van: te weinig) en huisvesting. Het publiek kijkt haar vragend aan: hoe dat laatste een probleem kan zijn? Coach/ psycholoog Bert Ruitenbeek springt in: 'Dan gaat het erom: is mijn huis ook míjn plek? Voel ik me er wel veilig? Is er ook ruimte voor míjn ding?'

Hij haalt een voorbeeld aan uit zijn praktijk: 'Een van mijn cliënten zei: 'Mijn man wil alles strak hebben. Nergens is plek voor mijn spulletjes. In de woonkamer niet, in de slaapkamer niet - die vrouw had daar last van.' Slingenberg vult aan: 'Het komt ook vaak voor wanneer mensen bij hun partner intrekken. Dan begin je al met een ongelijkwaardigheid.' Nu beginnen de aanwezigen te knikken: ongelijkheid, dat herkennen ze wel.

Dit is niet een groepssessie in de spreekkamer van een van de twee hulpverleners. Nee het is donderdagavond, koopavond in de Haagse boekhandel Paagman. Bij de ansichtkaarten en kantoorbenodigheiden zijn in een halve kring tientallen stoeltjes gezet: dit is het Scheidingscafé, een nieuw fenomeen, voor mensen die gaan,willen of zouden moeten scheiden en daar eens per maand aan de hand van een thema met elkaar over van gedachten willen wisselen.

Daar moet behoefte aan zijn, was het vermoeden van Slingenberg en Ruitenbeek. Kijk naar de cijfers. Jaarlijks zijn er 32 huwelijken en 65 duizend andere relaties die stuklopen. 'Maar scheiden is nog altijd een taboe.' Ruitenbeek: 'Tweederde van de mensen om ons heen heeft een relatieprobleem. Maar van wie wéét je dat nou?' Slingenberg: 'Het is geen onderwerp waar je op verjaardagen eens gezellig over begint. Ik wil dat we erover kunnen praten zonder het te veroordelen.'

Toch kun je je afvragen of een boekhandel dan wel de meest aangewezen plek is? Nou, ja dus, zo blijkt op deze eerste avond. Alle stoeltjes zijn bezet. Hoe onwennig ook, ze zítten er, de 65 mensen, veelal vrouwen, in de leeftijd van 35 tot 70, alleen of in gezelschap van een vriendin.

De een overweegt een scheiding, de ander zit er al 'middenin', soms zelfs al jaren, en anderen komen omdat hun kinderen gaan scheiden, en ze niet weten wat ze nu tegen de kleinkinderen moeten zeggen. Sommigen scharrelen nog wat omzichtig langs het rek met ansichtkaarten, anderen bladeren quasi nonchalant in een boek. Dat mag ook. Slingenberg steekt ze een hart onder de riem: 'Ik ben trots dat u het lef heeft om te komen. Heel dapper.'

Want feitelijk is het toch een soort coming out. Zo ervaart de jonge vrouw op de eerste rij het ook. Om die reden wil ze uitdrukkelijk niet met haar naam in de krant. 'Alleen mijn beste vriendinnen weten het. Zoiets bespreek je niet met collega's, en je familie wil je geen pijn doen.'

'Veel mensen schamen zich', zegt mediation-deskundige Fred Schonewille verbonden aan de Universiteit Utrecht. 'Ze hebben toch het gevoel dat ze falen.'

Het ideaal van Slingenberg: 'Eigenlijk zou scheiden iets normaals moeten worden. Niet zo zwaar. Scheiden is niet alleen maar negatief. Het heeft ook positieve kanten: reflectie op jezelf, nieuwe mogelijkheden een nieuw begin.'

Slingenberg en Ruitenbeek vormen een goed op elkaar ingespeeld duo. Zíj handelt vaak juridische zaken van zijn cliënten af en andersom verwijst zij haar cliënten geregeld terug naar de psychologische praktijk van Ruitenbeek.

Hun theorie: als we met zijn allen meer zouden praten over onze relatieproblemen, zouden ten eerste veel meer scheidingen te voorkomen zijn. En ten tweede, legt Slingenberg uit: 'Als je dan toch zegt: 'Ik heb mijn best gedaan maar we komen er niet uit', dan zijn er altijd nog manieren genoeg om te voorkomen dat een scheiding op een drama uitloopt.' Ruitenbeek: 'Er valt heel veel leed te voorkomen.' Slingenberg: 'Jaarlijks zijn er 60 duizend kinderen betrokken bij een scheiding van hun ouders.'

Hun formule voor een gelukkige scheiding: eerst moet de emotionele angel eruit, pas dan kan er goed zaken worden gedaan.

Slechts 20 procent van de scheidingen in haar praktijk zijn vechtscheidingen, zegt Slingenberg, tegenover 80 procent mediation. Landelijk ligt het percentage vechtscheidingen veel hoger, de verhouding is ongeveer fifty fifty. 'Bij het overgrote deel van de scheidingen ligt de nadruk op de zakelijke kant: wat moet er geregeld worden? De emotionele kant komt niet aan bod.'

En dat is ook precies waar zij de mensen vanavond van wil doordringen. 'Als je geen aandacht besteedt aan de emoties, lopen de ex-partners bij het regelen van de juridische zaken tegen dezelfde problemen aan als tijdens hun huwelijk - dat lukt dan gewoon niet.' Ruitenbeek: 'Mensen blijven hangen in boosheid en verwijten: hij luistert toch nooit, hij is er nooit met zijn aandacht bij.' Slingenberg: 'In negen van de tien gevallen houden ze zich later ook niet aan de afspraken. Ze zeggen: 'In dat ouderschapsplan staat wel dat ik mijn kind om halfzes moet brengen maar dat doe ik lekker niet.' Ruitenbeek: 'En dan gaat het mis.'

Na een halfuur verzamelt de eerste vrouw de moed om het woord te nemen: 'Wat jij allemaal zegt: dat maak ik door.' Ook een tweede vrouw pakt de microfoon: 'Dat je man zegt: 'Ik ben klaar met jou', dat heb ik twee weken aan den lijve ondervonden. Ik zit hier middenin.'

Geroezemoes. En dan durft ook de vrouw op de eerste rij. 'Dat hele emotionele voortraject heb ik heel erg gemist. Misschien komt het omdat we een scheidingsmakelaar hebben met een vaste prijs, 3.000 euro, daar zit dan alles in. Die rekenen natuurlijk geen uren voor de emotionele afwikkeling. Terugkijkend is het ook de tactiek geweest van mijn ex, om alles even alles te regelen.'

Hoe het wel moet, scheiden zonder elkaar de tent uit te vechten (ook wel: overlegscheiden, samen scheiden of 'scheiden met een goed gevoel')? Er zijn verschillende methoden. De de meest voorkomende is mediation, de nieuwste trend is collaborative divorce.

Bij mediation zitten de ex-partners samen om de tafel met één, onpartijdige advocaat, de mediator. Voordeel: het uitgangspunt is dat er niet wordt geprocedeerd; alles gebeurt in overleg, het scheidingsconvenant, alles. Nadeel kan zijn dat de zwakkere partij zich niet genoeg beschermd voelt.

Familierechtadvocate Marjoleine de Boorder: 'Binnen een relatie bestaat vaak machtsongelijkheid: de man zit op het geld, en de vrouw zit op de kinderen. Neem de financiën. Vaak heeft de man op dat gebied een kennisvoorsprong. Maar een mediator mag geen partij kiezen.'

Dat euvel heb je niet bij de zogeheten collaborative divorce. Een vorm van scheiden die sinds een jaar of drie in Nederland bestaat voor partners die niet meer met elkaar door een deur kunnen maar die er wel samen uit willen komen. Elke partij heeft, net als bij een traditionele (vecht)scheiding, een eigen advocaat, maar de afspraken worden gemaakt aan één tafel.

Ook hier gelden dezelfde spelregels als bij mediation: er wordt niet geprocedeerd. Dus alles moet volledig transparant zijn, partijen mogen geen informatie achterhouden. Het voordeel, aldus De Boorder die ook voorzitter is van de Vereniging Collaborative Divorce: 'Beide partijen weten zich beschermd door een advocaat.' Een nadeel is dat collaborative divorce duurder is omdat je ieder een advocaat betaalt in plaats van samen één, zoals bij mediation.

Ook bij collaborative divorce is uitgebreid aandacht voor het emotionele proces. De Boorder: 'We maken altijd gebruik van een coach, die psycholoog is. Hij praat zo nodig met de cliënten, samen of individueel, en hij grijpt in als de emoties aan tafel te hoog oplopen, iets wat bij een normale scheiding de advocaat moet doen. Ook neemt de coach het ouderschapsplan voor zijn rekening. Vanwege zijn expertise.'

Intussen legt Slingenberg in het Scheidingscafé nog een grote valkuil in de communicatie bloot. 'Waar het vaak misgaat is dat je in een relatie allerlei rollen hebt. Als partner, man/ vrouw, maar ook als ouders, als vader en moeder. Die rollen worden vaak door elkaar gehaald. Dan zegt een vrouw: omdat jij vreemdgegaan bent, krijg jij geen zeggenschap over de kinderen.'

In een goed begeleid scheidingsproces komen al die rollen achtereenvolgens aan bod: eerst het partnerschap, oftewel het loslaten en afscheid nemen van elkaar als partner. Dan pas komt het ouderschap en het sinds 2009 verplichte ouderschapsplan: waar gaan de kinderen wonen, wordt het co-ouderschap of een bezoekregeling? En daarna komen pas de juridische zaken aan bod: verdeling van het bezit, alimentatie.

Slingenberg: 'In het eerste gesprek met cliënten ga ik altijd terug naar het zogeheten scheidingsbesluit, het moment waarop iemand voor zichzelf besluit te scheiden, en het waarom. Als beide partijen het waarom van de scheiding kennen en begrijpen, kunnen ze er makkelijker achter gaan staan. Pas als mensen elkaar als partners loslaten, kunnen ze als ouders goede zaken doen. Want dat is het belangrijkste: dat kinderen niet de dupe worden.'

'Respectvol uit elkaar gaan is voor heel veel partijen van belang', benadrukt ook advocate De Boorder. 'Je scheidt niet alleen van je man, maar ook van je gezin, van de familie van je partner en van je vrienden. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Je ziet vaak dat door een scheiding opa's en oma's hun kleinkinderen niet meer zien. Uit onderzoek is gebleken dat dat heel schadelijk is voor kinderen.'

Vechtscheidingen zijn bovendien een enorme schadepost voor de samenleving, zegt mediator Schonewille. 'Rechters hebben er hun handen vol aan, advocaten moeten worden betaald uit de rechtsbijstand. En uit onderzoek blijkt ook dat mensen die in scheiding liggen veel minder productief zijn op hun werk.'

Schonewille vindt dat er veel meer aan preventie zou moeten worden gedaan. 'Heel veel problemen zijn met een paar tools en technieken te verhelpen. In Amerika heb je pre-marriage mediation en marriage counselling. Dan ga je voor je gaat trouwen nadenken over allerlei afspraken, over werken en zorgen. Dat klinkt niet romantisch maar dat is het wel. Want je bent echt met elkaar aan het communiceren. Wat je wensen en verwachtingen zijn.'

Schonewille is het ook eens met het voorstel van D66 onlangs, dat je als je trouwt niet automatisch in gemeenschap van goederen trouwt, maar dat de huwelijkse voorwaarden het uitgangspunt wordt. 'Mensen denken bij een trouwerij over alles na - de taart, de jurk, de band - maar niet over de dingen waar het huwelijk echt om draait: de juridische verbintenis. Dat is toch vreemd bij zo'n belangrijke gebeurtenis.'

Ook Ruitenbeek is er van overtuigd dat er in het voortraject nog een hele wereld te winnen is. 'Veel scheidingen zijn te voorkomen met relatietherapie. Maar we beginnen allemaal aan een relatie, zonder te leren hoe dat moet. Als je gaat autorijden heb je toch ook een rijbewijs nodig?'

Misschien moeten we wel toe naar een huwelijkscontract, legt hij zijn publiek in de boekhandel voor. 'Een contract dat je afsluit voor een jaar of tien waarna je bekijkt of je nog wil verlengen, en voor hoe lang dan.'

Een mevrouw vindt het zo gek nog niet. 'Moeten we wel altijd in relatie willen zijn? Zo goed gaat het niet tussen mannen en vrouwen. Filosofen zeggen dat in 2030 de meeste mensen alleen zijn. Het gelukkigge huwelijk is toch voor de happy few. Het is gewoon bijna gedoemd te mislukken.'

Ja, reageert Ruitenbeek: 'We geloven nog altijd collectief in dat sprookje. Maar hoe heet dat boekje ook alweer: Liefde is een werkwoord? Dat vergeten veel mensen.'

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Telegraaf di 14 jun 2011, 23:25
VVD maakt initiatiefwet conflictbemiddeling

DEN HAAG -  De VVD komt met een initiatiefwetsvoorstel voor kwaliteitseisen aan bemiddelaars in conflicten, zogeheten mediators.

Nederland lijkt op het punt om de Europese mediationrichtlijn te verwerken in het Nederlands recht. Daarmee komt er meer ruimte voor (grensoverschrijdende) bemiddeling tussen twee partijen in burgerlijke en handelszaken binnen de Europese Unie.

Mediation moet wel vertrouwelijk blijven. Een bemiddelaar mag, als de partijen er niet onderling zijn uitgekomen en naar de rechter stappen, niet zomaar worden verplicht in een procedure uit de school te klappen.

De Kamer is wel overwegend positief over bemiddeling. Het CDA stelde zelfs trots te zijn dat het in Nederland 'al zo'n professionele tak van sport is'. Toch wil de Kamer meer waarborgen voor kwaliteit. Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie gaat die nog uitwerken, naast de VVD op eigen houtje.

De PVV staat zeer huiverig tegenover mediation. De partij denkt dat de aanhangers van de islamitische wetgeving sharia hun kans schoon zien in de onderlinge conflictbemiddeling. De uitkomsten van mediation moeten echter wel aan de gewone wetgeving voldoen, zei Teeven.

Volgende week wordt er gestemd over het wetsvoorstel tot verwerking van de Europese richtlijn.

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Volkskrant, June 14, 2011

Naar rechter als het echt niet anders kan.

In enkele jaren tijd is het recht verworden van laatste redmiddel tot een soort basisvoorziening.
Kunnen we in de toekomst voor een conflict met de buurman nog wel naar de rechter? De Raad voor de rechtspraak voorspelde vorige week dat met de door het kabinet voorgestelde verhoging van de griffiekosten het einde in zicht komt van het principe 'recht voor iedereen'. Met de bezuinigingsmaatregel wil het kabinet dat de burger de werkelijke kosten gaat betalen voor het beginnen van een rechtszaak, de zogenoemde griffiekosten.
Maar ook de raad moet toegeven dat er sprake is van een toenemende file van zaken. Hoewel er een scherpe afname is in het strafrecht en vreemdelingenzaken, wordt met name bij belastingen (+ 17 procent), handelszaken/faillissementen (+ 4 procent), familie- en burenruzies (+ 14 procent), en conflicten met 'de' overheid (+ 1 procent) het recht met tienduizenden extra zaken per jaar steeds meer belast.
De prop die zo ontstaat, heeft ertoe geleid dat het totaal aantal rechtszaken de afgelopen jaren met meer dan 250 duizend is gegroeid en nu staat op het enorme aantal van 1,95 miljoen zaken per jaar. Sinds 2000 is er zelfs sprake van een verdubbeling. Ook de Raad van rechtspraak noemt dit een 'explosie'.
Vooral vanuit de sociale advocatuur wordt benadrukt dat veel cliënten er niet zelf voor kiezen om voor de rechter te verschijnen. Mensen die gedagvaard worden, weten vaak niet wat hun overkomt: 'dat doe je niet voor je lol'. Voor de laagstbetaalden is een rechtszaak weliswaar niet lollig, maar wel goedkoop, want vrijwel volledig gesubsidieerd. Ook de advocaatkosten zijn gesubsidieerd. Het recht is een subsidie-industrie op zich geworden.
Bovendien heeft deze drempelloosheid de weg gebaand voor de juridisering van Nederland. Ook volgens de raad is daar sprake van 'omdat de Nederlandse burger steeds mondiger wordt'. De groei van de werklast vindt dan ook daar plaats: 10 procent bij belastingrecht en 6 procent bij civiel recht. Zonder ingrijpen zet deze groei aan met 4 procent per jaar boven op de al gerealiseerde werkdruk. Dit terwijl het systeem (aantal rechters, medewerkers, rechtbanken) veel minder snel is meegegroeid met slechts 1 procent op een totaal bijna 3.000 rechters.
Hoewel de personele bezetting dus al jaren ongeveer gelijk blijft, geldt dat niet voor de kosten van ons recht. Een toename van het aantal zaken betekent automatisch een toename van de kosten. De conclusie is simpel: een verdubbeling van het aantal zaken vanaf het jaar 2000 heeft geleid tot een verdubbeling van de kosten. Een onhoudbare en onbetaalbare situatie, want als er niets gedaan wordt dan zien we over 10 jaar de volgende verdubbeling.
Het kabinet slaat twee vliegen in één klap: een flinke bezuiniging van 240 miljoen op de overheidsuitgaven en een significante reductie van de prop aan rechtszaken omdat er (gemiddeld) 6 procent minder zaken op de rol zullen komen. Minister Opstelten heeft bovendien geregeld dat er een blijvende compensatie zal zijn voor mensen op bijstands- of minimumniveau. De toegang tot het recht blijft dus gegarandeerd.
De neiging om direct naar de rechter te stappen zal echter minder worden. Dit wordt ook in de hand gewerkt door het principe van the winner takes all: degene die de zaak verliest, zal ook de hogere griffiekosten van zijn tegenstander moeten betalen. Hierdoor zal er meer gebruik worden gemaakt van andere vormen van recht, zoals mediation (in 2005 ongeveer 720 zaken en in 2010 bijna 4.000 zaken). Inderdaad, mediation vereist de welwillendheid van beide partijen. En veel mensen kunnen zich onverzettelijk opstellen, zodat bepaalde zaken uiteindelijk toch voor de rechter moeten worden beklonken. Maar de gestegen gerechtskosten zullen gebruikers van mediation bewegen om hun geschil te beslechten, omdat de veel duurdere gang naar de rechter onwenselijk is. Is dat zo verkeerd?
Voorstanders van het kabinetsbeleid wordt voor de voeten geworpen dat het helemaal niet mag gaan om overbelasting van het systeem of verkeerde aanwending van het systeem, maar dat het slechts mag gaan om de principiële vraag van toegankelijkheid: de kosten moeten zo laag mogelijk blijven om volledige toegang te kunnen garanderen. Het gevolg zou immers kunnen zijn dat bepaalde zaken niet meer zullen worden aangespannen. Zoals door zzp'ers, om onbetaalde rekeningen van klanten geïnd te krijgen. Of de talloze burenruzies over de hoogte van de heg.
Is dit soort zaken bedoeld voor een dure rechtzaak? Ik denk van niet. Het recht is vooral bedoeld als een allerlaatste redmiddel. Bovendien zal een verhoging van de rechtskosten en het feit dat de verliezer alles moet betalen ertoe leiden dat bijvoorbeeld wanbetalers eerder de rekening gaan betalen, terwijl ze nu, vrijwel kosteloos, kunnen traineren.
Ons rechtssysteem is een collectieve voorziening, te vergelijken met onze dijken. Een individuele uitspraak is niet alleen zaak van betrokken partijen, maar ook zaak van de samenleving als geheel. Een individuele zaak kan precedentwerking hebben en draagt bij aan ontwikkeling van het recht en dus moet de samenleving meebetalen. In de praktijk is dit argument onzin: er zijn maar heel weinig alimentatiezaken die nog iets nieuws toevoegen. Hetzelfde geldt voor wanbetalingen. Of belastingzaken. Rechtszaken moeten vooral een zeer praktisch en geen rechtsfilosofisch punt dienen: het doen van een uitspraak.
Recht spreken mag wat kosten, maar als je in het gelijk wordt gesteld, dan kost het je nog steeds erg weinig. We moeten de explosief toenemende druk op ons rechtssysteem keren en onszelf dwingen te komen tot een herbezinning op het in Nederland ingeslopen automatisme van een gang naar de rechter.
Joost Eerdmans
De auteur is televisiepresentator voor WNL. Hij prijst de poging van het kabinet om de gang naar de rechter te ontmoedigen. 'Voor de laagstbetaalden is een rechtszaak goedkoop, want vrijwel voledig gesubsidieerd.'
Het recht is een subsidie-industrie op zich geworden.

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opstelten verbetert stelsel geschiloplossing

Persbericht | 31-10-2011 rijksoverheid.nl

In 2014 dient geschiloplossing voor de burger merkbaar beter te verlopen. Om die reden geeft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie een forse impuls aan vernieuwing van geschiloplossing. Zo komt de minister in 2012 met maatregelen die mediation bevorderen. Ook stelt de bewindsman zich als doel dat de rechtspraak vanaf 2015 digitaal toegankelijk is en dat de burger per 2015 de voortgang van zijn zaak via het internet kan volgen. Deze maatregelen maken deel uit van de innovatieagenda die minister Opstelten vandaag naar de Tweede Kamer stuurt.

Het stelsel van geschiloplossing dient bij de tijd te zijn, in te spelen op veranderende wensen en behoeften in de samenleving. Om dit stelsel ook in de toekomst goed te laten functioneren, is innovatie noodzakelijk. Om die reden geeft minister Opstelten een forse impuls aan vernieuwing van geschiloplossing. De rechtspraak, de advocatuur, de gerechtsdeurwaarders en andere organisaties uit het rechtsbestel hebben zich bereid getoond samen te werken aan de doelstelling van deze innovatieagenda. Deze agenda richt zich op civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures en is in samenspraak met voornoemde organisaties tot stand gekomen.

Burgers die kiezen of moeten kiezen voor een gerechtelijke procedure moeten snel, effectief en klantgericht worden geholpen. Goede bereikbaarheid, een snelle, doelgerichte behandeling en een werkproces dat mede vanuit het perspectief van de burger is ingericht, horen daarbij. Dat betekent onder meer dat de digitale toegankelijkheid van de rechtspraak wordt vergroot, rekening houdend met rechtzoekenden die minder goed met digitale middelen overweg kunnen. Minister Opstelten heeft zich dan ook als doel gesteld dat vanaf 2015 de rechtspraak digitaal toegankelijk is. Daarnaast kan de burger vanaf 2015 de voortgang van zijn zaak via het internet volgen en kunnen belanghebbenden bij een uitspraak deze bekijken via een register op het internet.

Voorts stelt Opstelten dat gerechtelijke procedures ook verbeteren als procedures effectiever worden afgehandeld. Zo komt er volgend jaar een eenvoudige, digitale procedure bij de kantonrechter. Partijen kunnen de kantonrechter gezamenlijk, zonder inschakeling van een advocaat en digitaal, een geschil voorleggen. Op deze manier kunnen mensen zelf een bijdrage leveren aan een snelle oplossing van hun probleem. Zij krijgen dan binnen zes weken een uitspraak. Ook zullen rechters in bestuurszaken vroeg in de procedure een zitting plannen om in samenspraak met de procespartijen te kijken naar mogelijkheden om het echte probleem op te lossen. Daarnaast komt de minister in 2012 met maatregelen die het hoger beroep eenvoudiger, sneller en/of effectiever maken.

Opstelten benadrukt het belang van buitengerechtelijke geschiloplossing. Een rechterlijke procedure is niet altijd de meest geëigende manier om een geschil op te lossen. Buitengerechtelijke procedures, zoals mediation, arbitrage en bindend advies kunnen evenzeer leiden tot een snelle, effectieve en klachtgerichte oplossing van het geschil. In het kader van de innovatieagenda neemt de minister maatregelen om mediation te bevorderen, onder andere door een kwaliteitssysteem voor mediation in te richten en door de positie van de Geschillencommissie voor Consumentenzaken en de Geschillencommissie voor Beroep en Bedrijf te versterken.

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Topjuristen storten zich op mediation
08-11-11   11:45 uur (Het Parool)

De Amsterdamse kortgedingrechter Wil Tonkens maakt samen met andere topjuristen de overstap naar mediation: conflictbemiddeling zonder dat de rechter eraan te pas komt. 

Het aantal mediators neemt in Nederland toe, het aantal bemiddelingszaken niet. In de database van het Nederlands Mediation Instituut staan momenteel 4700 conflictbemiddelaars geregistreerd. In drie jaar is het aantal met vierhonderd toegenomen. Tien jaar geleden waren er nog maar 1814 bemiddelaars aangesloten bij het NMI. 

Het zijn niet alleen juristen die de overstap maken. Hans Kramer, docent op het Mediation College, doceert ook mensen uit onder meer de zorg en overheid. En sinds de huizenmarkt is stilgevallen, ziet hij een toename van notarissen. 'Ze zoeken naar alternatieven.' 

In Amerika is de mediationpraktijk al jaren groot, omdat procederen er veel duurder is, zegt Tom de Waard, één van de partners van Tonkens, in hun nieuwe kantoor in Amsterdam-Zuid. 'Het past erg in deze tijd dat mensen de oplossing van hun conflict in eigen hand willen houden. Bij de rechter weet je niet aan welke kant de spaanders zullen vallen. Het is vaak tijdrovend, kostbaar en openbaar.' 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 december 2011, 15:56

VVD wil wettelijke status ‘mediation’

door Annemarie Kas
BINNENLAND 

De VVD wil mediation een wettelijke status geven. Bemiddeling moet daardoor een volwaardig alternatief worden voor de gang naar de rechter worden. Tweede Kamerlid Ard van der Steur (VVD) komt vandaag met een plan hiervoor.

Het Kamerlid vertelt vanmiddag in NRC Handelsblad over zijn plan:

“Ten onrechte heeft de advocatenwereld rond mediation het idee dat het maar een geitenwollensokkengebeuren is. Terwijl mediation juist een succesvolle manier is om ook onderliggende conflicten bij geschillen op te lossen, iets wat de rechter vaak niet kan.”

Net zoals nu bij rechters en advocaten het geval is, wil Van der Steur dat wettelijk wordt vastgelegd aan welke eisen mediators moeten voldoen. Dat moet de kwaliteit waarborgen – want nu kan iedereen zich mediator noemen – en tegelijkertijd de bekendheid van mediation vergroten.

Mediation nu slechts in kleine drie procent van de geschillen gebruikt

Volgens economisch onderzoeksinstituut SEO wordt mediation nog maar weinig gebruikt in Nederland. In 2,7 procent van alle geschillen die bij de rechter voorkomen waarbij twee partijen een overeenstemming bereiken, gebeurt dat met behulp van mediation. Verreweg het vaakst gebeurt dat bij familiezaken: ongeveer 80 procent van de mediation betreft nu echtscheidingen of voogdijzaken. Volgens SEO is er vooral een markt voor mediation bij arbeidsgeschillen en burenruzies.

Eén van de aanleidingen om met het initiatiefwetsvoorstel over mediation te komen was de verhoging van de griffierechten die zijn ‘eigen’ VVD-minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) voorstelt, zegt Ard van der Steur. “De angst bestaat dat door die verhoging sommige geschillen niet meer bij de rechter zullen uitkomen, en ik denk dat die angst niet onterecht is.”

CDA en PvdA positief over voorstel Van der Steur

Van der Steur rekent op de steun van een meerderheid van de Tweede Kamer voor zijn plan. Onder andere coalitiegenoot CDA steunt het voorstel en ook oppositiepartij PvdA is positief. “Elk initiatief om de rechterlijke macht mogelijk te ontlasten, willen wij stimuleren”, zegt PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt. “Juridische versteviging van de mediation is een goede zaak.”

Wel is Recourt kritisch over het idee dat rechters verplicht zouden kunnen worden door te verwijzen naar een mediator, een optie die de VVD in het voorstel openhoudt. Nu wijzen rechters maar in acht op de duizend gevallen door naar een mediator. Recourt: “Dat moeten mensen helemaal zelf kunnen bepalen.”

Enkele jaren geleden pleitten GroenLinks en D66 er voor om mediation bij echtscheidingen verplicht te stellen vóórdat burgers de gang naar de rechter inzetten. Zo’n plicht gaat zowel VVD als de PvdA te ver. De VVD hoopt dat het wetsvoorstel in het voorjaar van volgend jaar in de Tweede Kamer zal worden behandeld.

 

Terug naar boven